I'M AN ORIGINAL CATCHPHRASE

Plusgroep 5 en 6

1. Zelfstandig werken

Zelfstandig leren is superhandig. Je kunt het eigenlijk overal bij gebruiken. Hierbij voor jullie een handig hulpje!


Zelfstandig leren doe je in 5 stappen:

Stel je doel vast.

Oriënteer je.

Bepaal je aanpak.

Doen!

Kijk terug.


1. Stel je doel vast.

Wat is de opdracht? Wat wil je bereiken? Als je je doel bepaald houd dan rekening met de volgende punten:


Stel je doel niet te hoog of te laag. Houd het realistisch.

Schrijf je doel zo duidelijk mogelijk op.

Bedenk ook wanneer je dat doel bereikt wil hebben.


2. Oriënteer je.

Zoek uit wat je allemaal moet kunnen, moet weten of doen om jouw doel te behalen. Door het stellen van vragen kun je informatie verzamelen. Bedenk vragen die beginnen met wie, wat ,waar, wanneer, waarom (de 5 W’s ) en hoe. Bedenk daarna voor elke vraag meerdere antwoorden en schrijf dit op.


Bijvoorbeeld:

Met wie ga ik het doen? Doe doe ik het alleen? Wie kan ik eventueel om hulp vragen?

Wat moet er gedaan worden en wat heb ik hier voor nodig?

Waar ga(an) ik/wij het doen?

Wanneer moet er wat worden gedaan en wanneer moet het klaar zijn?

Waarom kies ik voor dit onderwerp en deze aanpak?

Hoe pak ik dit aan en hoe kom ik aan mijn informatie? Dus welke bronnen ga ik raadplegen?


3. Bepaal je aanpak.

Wat de beste keuze is, kun je bepalen door naar de voor- en nadelen van je mogelijkheden/antwoorden te kijken. Je aanpak moet goed haalbaar zijn en je moet er je doel mee kunnen bereiken.


Maak dan een plan. Kijk daarvoor naar deze voor- en nadelen. Met behulp van de antwoorden op de vragen kun je beslissen wat je gaat doen, waar je het gaat doen, hoe je het gaat doen, wanneer je het gaat doen en eventueel wie er wat gaat doen.

2. Webpaden 

* Ga naar Webpaden en kies een onderwerp.

* De werkbladen (Word) kun je uitprinten en invullen.   

 

Beschik je niet over een printer, dan kan je het werkblad    online invullen en opslaan als document. Vergeet niet je naam erbij te zetten!

* Onder aan elke opdracht staat een blauwe antwoorden-link. Hier kun je tekst of een filmpje vinden waar je het antwoord uit kunt halen.

Succes met de opdrachten

bos Weg

Klik op het bospad om naar de webpaden te gaan

3. Mindmappen

Tijdens deze opdracht gaan jullie een Mindmap maken en een verhaaltje schrijven over het onderwerp dat je hebt uitgekozen. 

1. Kies een onderwerp uit wat je leuk lijkt en waar je graag wat meer over wilt weten.

2. Zoek hier informatie over op in bv.

boeken of op het internet
3.  Zet het gekozen onderwerp in het midden.

4. Maak 'hoofdstukjes'. Dat zijn dus de zijtakjes. Zet het belangrijkste bovenaan, dus waar het over gaat.

• Schrijf de tekst horizontaal 
• Gebruik steekwoorden, dus geen zinnen 
• Maak gebruik van cijfers, een zelfde kleur voor elk hoofdstukje en maak er een passend tekeningetje bij.
• Maak gebruik van de ruimte.

• Werk netjes en met een liniaal.

Schrijf een verhaaltje aan de hand

van je woordweb. Zorg dat de

steekwoorden die je hebt opgeschreven voorkomen in je verhaal. Je mag dit op de computer maken of op een A-4-4-tje schrijven.

Tafel-filosofie

4. Filosofie-potje maken

Jullie hebben vast wel eens tijdens het avondeten de vraag gekregen: ‘En...wat heb je vandaag op school gedaan’. Nou, die vraag is jullie de afgelopen tijd natuurlijk niet gesteld. Maar wel kun je laten zien wat je zoal in de plusklas hebt gedaan. Denk bv. aan filosoferen! Heb je aan tafel ook gelijk een leuk gespreksonderwerp!

Kun je thuis uitleggen wat filosoferen is?

Voor de kinderen van plusgroep 4/5: Dat is heel diep nadenken over onderwerpen waar geen vast antwoord op is. Je kunt dus niet zeggen dat iets wel of niet zo is. Ook kun je niet zeggen hoe het in elkaar zit, maar je vraagt je hardop af hoe iets mogelijk zou kunnen zijn. Je geeft dus niet je mening. Denk erom, er is geen goed of fout.

 

Voorbeelden van filosofische vragen

– Kunnen dieren denken?

– Wat is belangrijker: eerlijk zijn of iemand kwetsen?

– Wat betekent ‘normaal’?

– Bestaat oneindigheid?

 

Bedenk zelf een aantal filosofische vragen

 

Maak een vragenpotje

* Gebruik hiervoor bv. een leeg jampotje, bloempotje of eventueel een drinkglas.

Wees creatief en maak er iets moois van.

* Hierin stop je de filosofische vragen die je op een strookje papier hebt

geschreven. Zet hem op tafel en pak om de beurt een strookje.

 

Veel plezier met elkaar.

(en vergeet niet om er iets lekkers bij te nemen):

5. PowerPointpresentatie maken en geven

Onderwerp kiezen

1. Kies een onderwerp uit waar je meer over te weten wilt komen.

2. Raadpleeg bronnen, zoals: boeken, Internet enz.

3. Maak een mindmap met 'hoofd-onderwerpen' en de informatie die daar onder val, bv.:

Vogels is het onderwerp. De hoofdonderwerpen zijn: soorten vogels, de lichaamsbouw, nesten enz.

Onder elk hoofd-onderwerp zet je de informatie die je daarbij hebt opgezocht IN STEEKWOORDEN.

Dus geen hele zinnen. Je schrijft er daarom niet onder: Vogels hebben holle botten, maar: holle botten. 

Deze informatie kun je snel en gemakkelijk in een PowerPoint zetten.

In de les leg ik uit hoe je een PowerPoint maakt. 

Een Powerpoint maken:

1. Begin met het onderwerp

2. Inhoudsopgave

3. Maak kopjes bij elke dia.

4. Gebruik steekwoorden

5. Voeg plaatjes en/of een filmpje toe om het geheel er mooi uit te laten zien of om iets uit te leggen. 

6. Eindig met: Vragen en opmerkingen.

Je kunt er natuurlijk ook een quiz in verwerken om te zien of iedereen goed heeft opgelet!

Wees creatief.

Een presentatie houden:

1. Spreek rustig en duidelijk.

2. Kijk het publiek aan.

3. Probeer er wat plezier in te hebben en weet dat bijna alle leerlingen (ook van groep 8) het heel spannend vinden. Je bent echt niet de enige en weet dat het je steeds gemakkelijker af gaat omdat je er aan kunt wennen.

Ik verwacht van de leerlingen dat ze met respect naar elkaar luisteren en zich positief gedragen. 

Niemand hoeft zich hier over zorgen te maken!

6. Wiskunde Coördinaten

WISKUNDELES: COÖRDINATEN 1

Week 21. Film van de les

De coördinaten die je zelfstandig mag invullen, na de video-les, mag je in hetzelfde

assenstelsel zetten. Je hoeft dus geen nieuwe te tekenen. 

LET OP: Coordinaat (5,8) moet (5,6) zijn! 

(Heb je ook die coördinaten ingevuld, verbind dan 1 met 2, 2 met 3 enz..

tot het figuur af is.

Klik hier voor ruitjespapier

Tijdens deze opdracht gaan jullie voorspellen hoe bepaalde voorwerpen of situaties er in de komende 100 jaar uit gaan zien.

 

Schrijf op minimaal een half A4-tje één voorspelling. Je mag ook een documentje maken op de computer en deze naar mij toesturen. 

 

1. Wat leer je over 100 jaar op school en op welke manier leren kinderen dan?

2. Hoe zullen auto’s veranderen in de toekomst?

3. Hoe ziet de aarde er over 500 jaar uit? En de mensen/dieren?

4. Wat voor soort computerspel zal over 20 jaar het meest populair zijn, hoe heet deze en hoe speel je het?
 

Ik ben heel benieuwd wat jullie visie op de toekomst is.

Veel schrijfplezier!

 

Je toekomst-visie

Opdracht 2 
Wiskunde : coördinaten herhalingstof

Opdracht 3
Maak je eigen coördinaten-figuur.

Wat is dit en wat heeft het net gedaan?

Zet de volgende coördinaten in een assenstelsel, waarbij de x-as 15 cm lang is en de Y-as 16 cm.

(Kijk eventueel de les van vorige week terug).

Verbind de volgende coördinaten met elkaar: 

Verbind de opeenvolgende cijfers 1 t/m 30 met elkaar. Dus 1 met 2, 2 met 3 enz. tot je bij 30 bent gekomen.

 

Verbind : 30-27, 29-31, 29-32, 32-33,

33-34, 34-35, 35-36, 36-37, 37-1, 4-21,

6-12, 13-19.

Verbind:

a-b, b-c, c-d, d-a. 

e-f, f-g, g-h, h-e.

i-j, j-k, k-l, l-i.

m-n, n-o, o-p, p-q, q-r, r-s, s-t, t-m.

En geef het juf Paulien op als huiswerk !

(Maak wel eerst opdracht 1 en 2)

Dat is leuk!! Nu kun je mij eens huiswerk geven :)

Het moet in een assenstelsel passen van maximaal 15 bij 15 cm. Schrijf de coördinaten (goed leesbaar!) op en zet erbij welke coördinaten ik met elkaar moet verbinden.

Mijn gemaakte werk zet ik in de leerlingen-galerij

Reken-trucje

Houd dit trucje nog even voor jezelf en verras iedereen thuis of op school!

Filmpje

Je toekomst-visie

Tijdens deze opdracht gaan jullie voorspellen hoe bepaalde voorwerpen of situaties er in de komende 100 jaar uit gaan zien.

 

Schrijf op minimaal een half A4-tje één voorspelling. Je mag ook een documentje maken op de computer en deze naar mij toesturen. 

 

1. Wat leer je over 100 jaar op school en op welke manier leren kinderen dan?

2. Hoe zullen auto’s veranderen in de toekomst?

3. Hoe ziet de aarde er over 500 jaar uit? En de mensen/dieren?

4. Wat voor soort computerspel zal over 20 jaar het meest populair zijn, hoe heet deze en hoe speel je het?
 

Ik ben heel benieuwd wat jullie visie op de toekomst is.

 

8. Gezelschapsspel maken

Activiteit: 
 
Je gaat zelf een gezelschapsspel maken! Het spel moet met minstens vier personen gespeeld kunnen worden en het spel moet, net als bij monopoly of Kolonisten van Catan, een thema hebben. Het thema van een spel hangt erg nauw samen met het doel van het spel. Maar welk thema heeft jouw spel en wat wordt het doel? Je ziet hieronder een aantal woorden.  Probeer bij elk woord mogelijke thema’s op te schrijven. Als je de verschillende thema’s hebt bedacht, zet je achter elk thema mogelijke speldoelen. Daarna ga je bij de thema’s die jou erg aanspreken, verzinnen hoe de spelers van het spel de speldoelen kunnen behalen. 

 

 


 
Voorbeeld: 
 

Pizza. 
 
Thema: Pizza zou je kunnen doen denken aan een Italiaans restaurant, dat je weer doet denken aan een restaurant in het algemeen.  Je thema zou ‘restaurant’ kunnen zijn. 
 
Speldoel:  Het speldoel zou kunnen zijn dat elke speler een eigen restaurant heeft en dat het de bedoeling is om zoveel mogelijk geld te verdienen met je restaurant, het restaurant dat als eerste een bepaald bedrag heeft verdiend wint. 
 
Manieren om het speldoel te behalen: Hier geef je een beschrijving van hoe het spel gespeeld moet worden en hoe het speldoel behaald kan worden. 

 

Bedenk nu zelf een thema en een speldoel


 Thema:

Speldoel:
 

Activiteit: 
 
Nu ga je het spel maken. Een spel bestaat uit de volgende onderdelen: 
 
- spelbord - benodigdheden voor het spel zoals bijvoorbeeld pionnen, dobbelstenen, opdrachtkaartjes, geld etc. - een gebruiksaanwijzing met een duidelijke uitleg van het spel - het spel zit in een doos 
 
Bedenk voor elk onderdeel goed hoe je het gaat maken. 
 
Veel plezier! 

 
 

9. Reisverslag maken



Beschrijf op minimaal twee a-4tjes, lettergrootte 12, waar je deze zomer op vakantie bent geweest. Welke bezienswaardigheden kwam je tegen, waar en hoe heb je overnacht, waar en wat heb je gegeten, en op welke manier hebben jullie gereisd? Bedenk wat je nog meer kwijt wilt in je verslag.

Als je thuis bent gebleven, verzin dan een vakantie. Zoek dan op Internet een leuke vakantiebestemming en beantwoord de bovenstaande vragen.

Maak een reisverslag. Denk aan de lay-out: gebruik kopjes, alinea’s, voeg plaatjes in en maak er een overzichtelijk, prettig leesbaar en interessant document van. Denk aan de spelling, hoofdletters en zet je naam eronder.
Dus oriënteren –informatie zoeken- schrijven.

Veel plezier met je opdracht!

 

7. Toekomst-visie

Tijdens deze opdracht gaan jullie voorspellen hoe bepaalde voorwerpen of situaties er in de komende 100 jaar uit gaan zien.

 

Schrijf op minimaal een half A4-tje één voorspelling. Je mag ook een documentje maken op de computer en deze naar mij toesturen. 

 

1. Wat leer je over 100 jaar op school en op welke manier leren kinderen dan?

2. Hoe zullen auto’s veranderen in de toekomst?

3. Hoe ziet de aarde er over 500 jaar uit? En de mensen/dieren?

4. Wat voor soort computerspel zal over 20 jaar het meest populair zijn, hoe heet deze en hoe   

     speel  je het?
 

Ik ben heel benieuwd wat jullie visie op de toekomst is.

Veel schrijfplezier!

 

10. Interview maken en afnemen 

Hoe kan je een interview houden:

01. Maak een afspraak met de persoon die je gaat interviewen.

02. Maak als je samenwerkt met een groepje goede afspraken over wanneer je het   

       interview gaat afnemen en op welk tijdstip.

03. Zorg dat je een duidelijke afspraak maakt met degene die je gaat interviewen.

04. Maak zelf of als je samenwerkt met je groepje, van te voren interviewvragen.

 

Tip: Maak niet alleen maar gesloten vragen.

Gesloten vragen zijn vragen waar je alleen met ja of nee op kan antwoorden.

Bijvoorbeeld: Vindt u uw beroep leuk? Het beste zijn vragen die beginnen met: wie, wat, wanneer, waar, welke, waarom enz. Dit zijn open vragen. Open vragen zijn vragen waarbij iemand meer uitleg moet geven. Bijvoorbeeld: waarom vindt u uw beroep zo spannend?

 

05. Schrijf de vragen in goede volgorde op papier. Laat hierbij ruimte open zodat je

      daaronder meteen het antwoord kan opschrijven. Zo is het heel duidelijk welk antwoord

      bij welke vraag hoort.

06. Als je met een groepje werkt dan verdeel je vooraf de taken: Wie stelt de vragen en wie

      schrijft ze op? Je kunt een interview ook opnemen op een mobieltje of voice-recorder.

07. Oefen het interview voordat je naar de persoon gaat die je gaat interviewen.

08. Stel jezelf netjes voor aan degene die je interviewt en leg uit waarvoor je komt.

09. Praat rustig en duidelijk.

10. Luister goed.

11. Schrijf je antwoord op de vragen in steekwoorden op. Steekwoorden zijn woorden die

     kort beschrijven wat je bedoelt of waar je aan denkt. Bijvoorbeeld: spannend (omdat

     iemand je vertelt dat zijn of haar beroep best spannend is).

12. Vraag om uitleg als je iets niet snapt.

13. Vraag door. Wees niet te snel tevreden met een antwoord.

14. Bedank de persoon die je hebt geïnterviewd voor het gesprek.

15. Neem afscheid

Interview uitwerken

Werk de vragen en antwoorden netjes uit op een tekstverwerker, print deze uit en lever het in.

 11. Robot ontwerpen en bouwen

 

Ontwerp en maak je eigen robot

Na aanleiding van de film Robots gaan jullie een robot ontwerpen op papier.

1. Maak een bouwtekening van je robot

2. Zorg ervoor dat wat je tekent, ook terug te zien is in de robot die je bouwt.

3. Je robot moet een functie hebben, dus iets kunnen doen. Bv…..

4. Schrijf een handleiding. Hoe werkt hij en wat moet je doe om hem te laten werken. Waar zijn

welke onderdelen voor.

5. Bouw je robot. Gebruik verschillende materialen zoals…

6. Geef de robot een passende naam die past bij zijn functie

 

Heel veel bouwplezier!

Scheikundeproefjes

13. Rekentrucje

Houd dit trucje nog even voor jezelf en verras iedereen thuis of op school!

Filmpje

14. Lucifer-Puzzels

Klik op de doosjes voor de filmpjes van de luciferpuzzels.

Luciferdoosje
Luciferdoosje

15. Breuken vereenvoudigen

 

Deze week gaan we breuken vereenvoudigen.

​Download de breuken-kleurplaat​ (klik)​ en print hem uit.

Je kunt eventueel het hulpboekje 'breuken' gebruiken.

 

Jullie zetten bij breuken de getallen boven en onder de streep. Dit lukt mij niet op de computer, vandaar dat ik er een schuine streep tussen zet. B.v. een halve is 1/2.

 

Hoe vereenvoudig je breuken?

Stel,  je hebt 3/12 . Je kunt de 12 delen door het bovenste getal, de 3.

De 3 past x in de 3 en 4 x in de 12. Je kunt 3/12 dus vereenvoudigen tot 1/4.

 

​​

Vereenvoudigen in meerdere stappen

​​​​

Stel,  je hebt 4/8.

De beide getallen kun je óók delen door 2.

De 2 past 2 x in de 4 en 4 x in de 8. Deze breuk kan je dus vereenvoudigen tot

2/4.  Vervolgens kun je 2/4 weer vereenvoudigen tot 1/2.

Bij 4/8  kun je de 8 óók delen door het getal erboven, de 4.

De 4 past 1 x in de 4 en 2 x in de 8. Je kunt 4/8 dus in één keer vereenvoudigen tot 1/2 

 

 

 

Kleur op de kleurplaat alle breuken die gelijk zijn aan:

1/2 oranje

1/3 blauw

2/3 groen

​3/4 bruin